Terwijl de knuppel, de boog en het zwaard de directe wapens waren in de vroegere cultuurperiode in de geschiedenis van de mensheid, werd de bankrekening later, in de moderne cultuur van het valse zakenprincipe, het meest geraffineerde moordwapen.

(Livets Bog 4, § 1325)
WIE WAS MARTINUS? Martinus (1890-1981) werd op 11 augustus 1890 geboren in het dorpje Sindal gelegen aan de spoorlijn in de streek Vendsyssel in het noorden van Jutland. Hij groeide op onder spartaanse omstandigheden. Zijn schoolopleiding beperkte zich tot enkele jaren in de dorpsschool, waar er in de zomer en tijdens de oogst slechts twee keer per week onderwijs was. Op z'n twaalfde begon hij met het hoeden van koeien, en vier jaar later ging hij aan de gang met een opleiding in de zuivel. Hij werkte bij meerdere zuivelfabrieken in Denemarken. In 1918 werd hij nachtwachter en in 1920 kreeg hij werk als een kantoormedewerker op de zuivelfabriek 'Enigheden' in Kopenhagen.

Martinus hield van een grapje, en hij zei dikwijls: "Lachen is gezond". Hij was enorm humoristisch en had een speciaal talent voor het vertellen van geestige verhalen en leuke gebeurtenissen.

Martinus werd geboren in Denemarken, het vaderland van de grote sprookjesdichter H.C. Andersen. Van H.C. Andersen kan gezegd worden dat hij het vermogen bezat om de werkelijkheid te herscheppen in sprookjes. Van Martinus kan het tegenovergestelde gezegd worden! Hij heeft de mythes van de bijbel, de onbegrensde liefdesboodschap van het christendom en de eeuwige kern van de wereldgodsdiensten herschapen in geestelijke wetenschap!

In een verkorte versie van de lezing: Over mijzelf, mijn missie en haar betekenis, die Martinus 17 juli 1967 gehouden heeft, zegt hij onder andere het volgende:

"Het is niet altijd prettig om over jezelf te moeten vertellen, maar met betrekking tot de missie die ik heb, tot wat ik geschreven heb en tot de kennis die ik heb geopenbaard, heb ik het gevoel dat het juist is. Verscheidene mensen hebben tegen me gezegd dat ik toch gelezen en gestudeerd moet hebben, maar dat is niet het geval. Ik ben er het levende bewijs van dat iemand via zijn eigen bewustzijn de hoogste kennis kan verkrijgen; dit is een toestand die alle mensen zullen bereiken. Ik ben niet bijzonder begunstigd door de voorzienigheid. Wat ik nu kan en het bewustzijn dat ik nu bezit, zullen alle mensen die na mij komen, krijgen, net zoals allen die mij zijn voorgegaan, dit al hebben. Daarom vind ik dat het interessant voor u kan zijn te horen hoe ik deze toestand mocht ervaren.


De witte vuurdoop
Ik had een nieuwe rieten stoel gekregen, waarin je heerlijk en gemakkelijk kon zitten. Deze was erg soepel, heel ‘magnetisch’ want hij kraakte en knisperde voortdurend. In deze stoel ging ik zitten en bond een doek voor mijn ogen, zodat het helemaal donker was. Plotseling zag ik een gipsen Christusbeeld. Het was het Christusbeeld van (de Deense beeldhouwer) Thorvaldsen, waar Christus zegt: 'Komt allen tot mij'. Het beeld was klein en bevond zich op enige afstand. Daarna werd het donker, en toen weer licht; de figuur was nu levend geworden en ter grootte van een mens. De gestalte was gekleed in een gewaad van stralende sterretjes, bijna als een mantel van diamanten. De gestalte straalde een geweldig licht uit, een sneeuwwit licht, de schaduwen blauw, en kwam heel rustig op mij af. Ik zat in de stoel en was niet in staat mij te verroeren. Weer werd het donker en daarna opnieuw licht. Nu reikte de gestalte door het plafond en de vloer heen, kwam recht op me af, ging bij me binnen en bleef toen stilstaan. Het licht van deze gestalte in me straalde over de wereld. Ik kon de continenten zien en de zeeën en de oceanen waarop schepen voeren enzovoort.

Het was alsof ik er getuige van was dat de aardbol steeds ronddraaide, en ik kon het ene continent na het andere zien, steeds in dezelfde lichtstraal die vanuit mijzelf kwam. Toen ik dit alles een poosje gezien had, kon ik me weer verroeren en nam ik de doek weg. Wat dit alles te betekenen had, kon ik niet begrijpen, maar later werd het me duidelijk. Het betekende namelijk, dat ik het Christusbewustzijn aan de mensen zou gaan verkondigen. Deze lichtstraal vanuit Christus straalde immers over de wereld, de continenten en de zeeën. Dat was het teken, maar ik wist niet hoe ik dat zou moeten doen; ik bezat immers geen kennis of weten over wat dan ook.


De gouden vuurdoop
De dag daarna, in de ochtend, ging ik weer in de rieten stoel zitten en deed de doek weer voor mijn ogen. Weer werd het donker. Nu werd een hemel zichtbaar waarover een schaduw trok. Toen de schaduw voorbij was getrokken, werd deze hemel lichter, en zo ging het door. De schaduw gleed over de hemel, en die werd steeds lichter; uiteindelijk schitterde deze hemel met een mateloze goudkleurige stralenglans. Alles verdween: mijn organisme, mijn kamer, het huis, alles; ik zat in enkel gouden stralen. Ik voelde een kolossale druk op mijn bewustzijn, en ik voelde en wist: dit is Gods bewustzijn. Zo is het allerhoogste in ons, zonder verbinding met iets anders, en zo dragen we deze goddelijke stralenglans, deze goddelijke kracht in ons."

Hier kan men zich terecht afvragen, welke betekenis hebben deze belevingen voor andere mensen? Martinus antwoordt zelf hierop.

"Niet de geestelijke ervaringen die ik gehad heb, maar de gevolgen die zij veroorzaakt hebben, zijn dus wezenlijk voor de lezers. Die kunnen namelijk tot op zekere hoogte door iedereen die moreel voldoende ontwikkeld, onpartijdig en onafhankelijk is, onderzocht worden. Deze gevolgen vormen mijn totale missie: de schepping van een werkelijk mathematische wereldanalyse, van een volstrekt onaantastbare geesteswetenschap en van het hierop gebaseerde prille ontstaan van een nieuwe mentaliteit en nieuwe cultuur, waarin het ware begrip van het leven, zijn haarfijn werkende liefdeswetten en hoogste logica, alsook de hoogste conclusie ervan – alles is zeer goed – niet langer utopieën zijn, maar een deel worden van het werkelijke leven, en tastbare feiten worden die voor iedereen met een voldoende ontwikkeld verstand en gevoel toegankelijk zijn."
(Over de geboorte van mijn missie, hoofdstuk 20)

"De kosmische vuurdoop, die ik ondergaan had en waarvan ik hier geen nadere analyse kan geven, had dus tot gevolg dat geheel nieuwe zintuigelijke vermogens in mij in werking traden. En die stelden mij in staat om – niet in de vorm van flitsen, maar in een permanente toestand van wakker dagbewustzijn – alle dragende geestelijke krachten, onzichtbare oorzaken, eeuwige wereldwetten, basisenergieën en grondbeginselen, die achter de fysieke wereld liggen, te zien. Het mysterie van het leven was voor mij geen mysterie. Ik was bewust geworden in het leven van het heelal en ingewijd in 'het goddelijke scheppingsprincipe'."
(Livets Bog 1, § 21)

Deze bewustzijnsverandering en het daardoor veroorzaakte nieuwe inzicht, vormde het uitgangspunt voor z'n activiteiten als schrijver in 60 jaar tot aan z'n overlijden in maart 1981.
Zijn gebalsemde lichaam is bijgezet op de begraafplaats van Frederiksberg in Kopenhagen.
In het Martinus Instituut zijn de vroegere woon- en werkruimten van Martinus in originele staat bewaard en dienen nu als museum.